Behandeling bij borstkanker

De meest toegepaste behandelingen bij borstkanker zijn:



Veel mensen krijgen een combinatie van de genoemde behandelingen. Uw behandelend arts legt uit welke behandeling het best bij uw situatie past. Als patiënt heeft u recht op goede en volledige informatie over uw ziekte en behandeling, zodat u hierover zelf kunt beslissen. Deze rechten zijn wettelijk vastgelegd. Vraag de arts of verpleegkundige om meer informatie.



Naast bovenstaande behandelingen kunt u soms deelnemen aan behandelingen in onderzoeksverband (

trials

). U krijgt dan bijvoorbeeld een nieuwe behandeling of een combinatie van behandelingen waar artsen nog onderzoek naar doen. Met dit

medisch wetenschappelijk onderzoek

toetsen artsen of een nieuwe behandeling beter is dan de standaardbehandeling.

Bijwerkingen en late gevolgen behandeling borstkanker

De verschillende behandelingen bij borstkanker brengen regelmatig bijwerkingen met zich mee. Soms wordt u pas lang na de behandeling hiermee geconfronteerd. Dit worden ook wel ‘late gevolgen’ genoemd. Bij de diverse behandelingen leest u welke bijwerkingen u kunt verwachten.


Behandelkeuze

Om een zo goed mogelijke behandeling te kunnen geven, is het onder andere belangrijk te weten:


  • welke kenmerken de tumor heeft
  • in welk stadium de borstkanker verkeert
  • of er sprake is van erfelijke belasting
  • of er uitzaaiingen zijn

Maar ook uw persoonlijke situatie speelt een rol, zoals leeftijd, geslacht, of u al dan niet in de overgang bent, of u een kinderwens hebt, et cetera. Een behandelplan is dus maatwerk.Laat u daarom goed informeren over de behandelmogelijkheden zodat u een weloverwogen besluit kunt nemen.

Vragen

De volgende vragen worden gebruikt om de behandeling te bepalen.


  • wat is uw leeftijd?
  • bent u in de overgang (menopauzale status)?
  • hoe groot is de tumor in de borst?
  • wat voor soort borstkanker heeft u?
  • hoe agressief is de tumor?
  • is de tumor gevoelig voor hormonen (hormoonreceptorstatus)?
  • wat is de HER2/neu-status?
  • is er sprake van erfelijke belasting?
  • heeft u voorkeur voor een borstsparende behandeling (indien mogelijk)?
  • of wilt u een borstamputatie?
  • zijn er uitzaaiingen (in de lymfklieren of op afstand)?

Na de operatie kun u vragen of de tumor volledig verwijderd is (zijn de snijranden vrij?). Dit is van belang voor een eventuele vervolgbehandeling.De antwoorden op deze vragen bij elkaar bepalen de beste behandelmethode en daarmee de prognose.

Leeftijd

Bij jonge vrouwen komt vaker een agressievere vorm van kanker voor. Vrouwen tot 40 jaar krijgen daarom vaak chemotherapie. Er is overigens geen bovengrens voor chemotherapie, hoewel er bij vrouwen boven de 70 jaar minder vaak chemotherapie wordt gegeven.


Menopauzale status

Voor een aanvullende behandeling is het belangrijk om te weten of u in de overgang bent. U krijgt een aanvullende behandeling na een eerdere behandeling die in opzet genezend is. De adjuvante behandeling is bedoeld om een beter eindresultaat te bereiken. De behandeling heeft ook gevolgen voor een eventuele kinderwens. Gaat het om een hormoongevoelige tumor? Dan krijgen vrouwen die nog niet in de overgang zijn een ander behandeladvies, dan vrouwen die wel in de overgang zijn. Een jonge vrouw raakt door een hormoonbehandeling in de overgang.



Grootte van de tumor

De grootte van de tumor is een voorspeller voor de prognose. Grotere tumoren zijn er al langer en kunnen verder verspreid zijn. Als een grote tumor niet aanvullend behandeld wordt na de operatie, is de kans op terugkeer of uitzaaiingen verhoogd. Als een tumor groter dan 2 centimeter is, volgt meestal een aanvullende behandeling. Als de tumor klein is, kan vaker een borstbesparende operatie plaatsvinden. Is de tumor groot of relatief groot in een kleine borst? Dan wordt een amputatie overwogen of krijgt u eerst chemotherapie om de tumor te verkleinen.


Soorten borstkanker

Er zijn verschillende soorten diagnosen mogelijk: DCIS, LCIS, IDC, ILC en microcalcificaties (kalkspatjes). De meest voorkomende soorten van borstkanker zijn

invasief ductaal en invasief lobulair carcinoom

. Beide typen kunnen in zowel klierkwabben als melkgangen ontstaan. Wel reageren ze verschillend op medicatie. Het type borstkanker bepaalt mede welke behandeling het meest geschikt is.

Agressiviteit van de tumor

De differentiatiegraad van het tumorweefsel verklaart in hoeverre de tumorcellen afwijken van het oorspronkelijke weefsel. Hoe groter de afwijking, hoe agressiever de tumor. In de regel geldt ook: hoe agressiever de kanker zich ontwikkelt, hoe complexer de behandeling.


Hormoongevoeligheid van de tumor

Borstkanker kan hormoongevoelig of hormoonongevoelig zijn. Dat is belangrijk om te weten voor de behandeling, want hormonale therapie werkt alleen bij hormoongevoelige borstkanker. Zo’n 70 tot 80% van de borstkankers is hormoongevoelig. Hormoongevoelige tumoren komen over het algemeen minder vaak terug in dezelfde borst, zaaien minder snel uit en hebben een betere overlevingskans. De hormoongevoeligheid van een borstkanker is van invloed op de keuze van specifieke behandelingen en middelen.


HER2/neu-status

Bij een HER2/neu-positieve tumor bevat de tumor eiwitten op het celoppervlak, die signalen kunnen ontvangen die de tumorgroei bevorderen. Een HER2/neu-positieve tumor is een agressieve tumor waarvoor een speciale doelgerichte therapie beschikbaar is. Dit verbetert de prognose. Deze therapie heet Trastuzumab (Herceptin®).

Erfelijke belasting

Ongeveer 5 tot 10% van alle vrouwen met borstkanker heeft de ziekte gekregen door een erfelijke aanleg. De belangrijkste erfelijke aanleg is een mutatie in het BRCA1- of BRCA2-gen. Er bestaat dan zowel een hoger risico op het krijgen van borstkanker als op eierstokkanker. Bij erfelijke borstkanker ontstaat de ziekte gemiddeld op jongere leeftijd dan bij niet-erfelijke borstkanker. Vaak komt bij meerdere familieleden borst- of eierstokkanker voor. Ook komt het bij erfelijke borstkanker vaker voor dat in beide borsten een tumor wordt aangetroffen. Lees meer over

erfelijke borst- en/of eierstokkanker.

Uitzaaiingen

Om goed te kunnen beoordelen of er uitzaaiingen zijn in de lymfeklieren van de oksel of ergens anders in uw lichaam (‘op afstand’) is aanvullend onderzoek nodig. De aanwezigheid van uitzaaiingen is van invloed op de behandeling. De oksel wordt altijd onderzocht; onderzoek naar de rest van uw lichaam wordt alleen verricht als de tumor een bepaald stadium heeft.

Volledige verwijdering van de tumor

Bij borstkanker is het altijd belangrijk de tumor helemaal weg te halen. Als dat niet is gelukt is de kans groter dat de tumor terugkeert. De zogenoemde snijranden zijn dan niet schoon. Vaak volgt een tweede operatie om de rest van de tumor alsnog te verwijderen.


Genenprofiel

Er bestaat een gunstig en ongunstig genenprofiel. Dat zegt iets over hoe de tumor zich zal gaan gedragen. De

genenprofielentest

is een goed hulpmiddel om dit mede te bepalen. Zo kan -bij een bepaald tumorstadium- gerichter worden bepaald of chemotherapie nodig is. In de toekomst zal steeds duidelijker worden welke factoren en testen het beste voorspellen hoe de tumor zich zal gedragen. Daar wordt volop onderzoek naar gedaan. U kunt meer lezen over het verband tussen genen en kanker op de website van het Cancer Genomics Center. Deze organisatie houdt zich bezig met onderzoek naar genen.


Zwangerschap

Als u zwanger bent en borstkanker heeft, is meestal een behandeling mogelijk. Een operatie is veilig voor u en het kind. Wel is een directe borstreconstructie meestal niet aan te raden, want elk uur opereren brengt meer complicaties met zich mee.


Bestralen is mogelijk, maar is niet altijd veilig voor het kind. Aangeraden wordt om als dit kan, deze behandeling uit te stellen tot na de bevalling. Chemotherapie kan na de eerste 3 maanden van de zwangerschap gegeven worden. Het opwekken van de bevalling voor de 37e week is daardoor vaak te vermijden. Vroeggeboorte kan complicaties geven, en niet zozeer de chemotherapie.Hormonale therapie is niet veilig en geeft complicaties bij een zwangerschap. Ook trastuzumab geeft complicaties. Dit is schadelijk voor het hart van het kind. Deze behandelingen moeten worden uitgesteld tot na de bevalling.